Anoniem,  Gedichten

Corona en kerkgang

We kunnen verontwaardigd zijn,
Voelen misschien zelfs verdriet en pijn…
We roepen over listige aanslagen van de boze
Die dit nu weer eens heeft uitgekozen!

We foeteren wellicht op onze overheid,
Die theaters, bioscopen en musea meer ruimte geeft.
En gewoon met de kerken niks op heeft,
Die zich nog wel zo keurig houden aan overheidsbeleid!

Het corona-nieuws volgen we nauwlettend,
Godsdienstvrijheid is toonaanzettend.
Maar waar het binnenhof zoveel belangstelling kreeg,
Blijft de binnenkamer echter zo vaak leeg.

De ene kerkelijke gemeente roept op Gode meer gehoorzaam te zijn,
Met inachtneming van de regels altijd.
De andere gemeente is tot volgen van alle overheidsverzoeken bereid.
De overheid als ‘Gods dienares’ is dan de lijn.

Gaat het om geloofsvervolging bij godzalig wandelen,
Of om volkgezondheid en verantwoordelijk handelen?…
Gaat het nu om onze voorbeeldfunctie, het meebewegen in de wensen,
Of om Gods inzettingen vooral en trekken wij onze grenzen?

Gaat het ons werkelijk om Gods rechten,
Is het ons te doen om Zijn eer en lieve Naam?
Of met al onze vurige ijver saâm,
Zijn we heimelijk onze eigen zaak aan het beslechten…?

We willen de zaak duiden, geven er woorden aan,
Terwijl veel bidvertrekken leeg staan.
We worden zoet gehouden met voor of tegen,
En die onderlinge verdeeldheid komt satan zeer gelegen…

Ik word geschud, ik weet het niet meer.
“Zend ons Uw licht en waarheid keer op keer.
Geef overheid en kerkbestuur wijsheid en krachten,
Laten wij het toch alleen van U verwachten!”

Naar ‘de boze buitenwereld’ kijken we zo gauw..
Inkeer is noodzakelijk – wie ben ik, wie zijn we als kerk….
Dan hebben we zoveel knieënwerk!
De uitholling van binnenuit, de verdeeldheid, we zijn zo lauw!

We zijn zo vergenoegd, zo gearriveerd,
Zo vroom, zo buiten Christus om bekeerd!
We zijn rechtzinnig, of ‘eerlijk onbekeerd’,
Heeft Gód onze samenkomsten ook begeerd?…

“Kom o Noordenwind, doorwaai nog eens de hof van de kerk,
Doorwaai onze harten, onze levens, onze gezinnen.”
Dan zal het toch allereerst bij onszelf beginnen,
Boete en berouw is toch Zijn kenmerkende werk?

Dat bukken en dat buigen, ootmoed,
Dan is het goed wat de Heere doet.
Dan gaan we graag naar de kerk, rondom Zijn Woord vergaârd,
Maar zijn we ‘t minste plekje nog niet waard.

Ik heb God op het hoogst misdaân,
Ik ben van het heilspoor afgegaan!…
Sluit de deur achter u toe, verberg u totdat de gramschap overga
Smekend Hem om Zijn onverdiende genâ!

Anoniem

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *