Bunyan, John (1628 - 1688),  Gedichten,  Natuurgedichten

Op de leeuwerik en de vogelaar

Onnozel vogeltje, hoe, ziet gij geen gevaar?
Bemerkt gij ginder dan ook niet de vogelaar?
En ziet gij niet het net, dat voor u is gespreid,
Waarin zovelen reeds ten dode zijn bereid?
Is er geen plaats genoeg in ‘t ruime, open veld,
Dat gij hier juist moet zijn, waar het uw leven geldt?
Ei! Waag u verder niet, of gij bemerkt alras
’t Verraderlijke van dat glinsterende glas.
Houdt gij van schitterend licht, verheft u naar omhoog:
De liefelijke zon prijkt aan de hemelhoog;
Het is juist uw natuur hoog in de lucht te zweven,
Spoed u dan ijlings heen, men staat u hier naar ‘t leven.
Ach, luister toch niet naar des voorlaatste zoet gefluit,
Wees op uw hoede voor dat strelende geluid.
Want schoon de vogel leeft, die gij daar ziet in ‘t net
Hij heeft nochtans op zijn ontvluchting ‘t hart gezet.
Zie, hoe men ‘t lokaas u in d’ogen schitt’ren doet,
Opdat men u beroov’ van ‘t leven, ‘t hoogste goed,
Weg! Vogeltje, van hier! Hier is gevaar te duchten,
Waarom dan nog getalmd, nu gij het kunt ontvluchten?
Waar gij van vleugels of van vederen beroofd,
Of waart gij blind, of boog de zoete slaap u ‘t hoofd,
Dan was ‘t een ander ding; maar kijk, zo is het niet,
Daar d’ogen open zijn, en elk uw vleugels ziet,
Bedenkt het, vogeltje, het is u wel bekend
Deez’ aarde niet, de lucht, dat is uw element,
Laat daar dan uw genot, laat daar uw vreugde wezen,
Daar hebt gij voor geen net eens vogelaars te vrezen.

Vergelijking

De duivel wordt u door deez’ voog’laar voorgesteld,
Terwijl ‘t bedrieglijk net u zijne lagen meldt;
‘t Gefluit toont u ‘t gevlei, waarmee satan streelt,
Van ‘t zondig zingenot is ‘t glas een zinnebeeld;
Het lokaas wijst u aardse glans en grootheid aan,
Door ‘t vogeltje moet gij een heilige verstaan,
Door satan, die reeds op ‘t verderf der zielen loert,
Bijkans ten val gebracht, door schonen schijn vervoerd.
De man, die waarschuwt, is een prediker der waarheid,
Wiens heilig werk het is om aan de ziel met klaarheid
Te tonen, hoe zij satans listen moet bestrijden
En hoe ze in ‘s Heeren kracht zijn strikken kan vermijden.

John Bunyan (1628 – 1688)

Klik hier om alle natuurgedichten van John Bunyan in te zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *