50 plichten voor iedere oprecht gelovige,  Citaten,  Koelman, Jacobus (1632 - 1695)

34e plicht voor iedere oprecht gelovige

34. Zich gewoonlijk beklagen over de verdorvenheid van het hart, in het bijzonder ook van de geestelijke, als ongeloof, blindheid, het zoeken van zichzelf, zelfbediening, atheïsme, dwaasheid, hoogmoed, dodigheid en ijdelheid van het hart.

Jacobus Koelman (1632 – 1695)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *