Bunyan, John (1628 - 1688),  Gedichten,  Natuurgedichten

Van de knaap en de vlinder

Ei zie, hoe zich die knaap vermaakt
En naar ‘t bezit eens vlinders haakt,
Alsof hij, zo hij dien slechts had
Bezitter was der grootste schat:
Van rijkdom, eer, genot en roem,
En wat men ook begeerlijks noem’.
En wat hij is komt hierop neer:
Het is nog lichter dan een veer.
Hij rent en roept de jongens saam,
En vreest voor netel, noch voor braam,
Ja tuimelt meer dan eens er neer,
En springt weer op, en loopt dan weer,
Alsof hij geen verstand meer had.
En zie, wat is ‘t, die grote schat,
Die hem zoveel begeerlijks biedt?
Het is een vlinder, anders niet.

Vergelijking

Zie in dien knaap van hen het beeld,
Wier hart het goed der wereld streelt.
De vlinder wijst ons duidelijk aan
Hoe ‘t beste hier zelfs moet vergaan:
‘t Is alles nietigheid en schijn
Voor hen, die daar belust op zijn.
De jongen rent door doorn en struik
En maakt van al zijn kracht gebruik,
Ja valt zelfs meer dan eens in ‘t slijk,
Opdat hij slechts zijn doel bereik’.
En zie, dit toont u welk gevaar
Men vaak trotseert, opdat men maar
Verkrijg hetgeen, indien men ‘t heeft,
In ‘t minste geen voldoening geeft.
Ofschoon men dus (doch slechts in schijn)
Veel wijzer is dan kinderen zijn,
Daar men niet achter vlinders jaagt,
Zo dient er nochtans wel gevraagd
Of men niet omtrent nietig goed
Precies gelijk de kinderen doet.

John Bunyan (1628 – 1688)

Klik hier om alle natuurgedichten van John Bunyan in te zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *