Gedichten,  McCheyne, Robert Murray (1813 - 1843)

Kinderen tot Jezus geroepen

Als went’lende baren,
gezweept naar beneên,
zo ijlen de jaren,
gevleugeld daarheen,
Het graf gaapt beneden;
straks storten we terneer.
Kom, kind’ren, nog heden
gevlucht tot de Heer’!

De lelies, de rozen,
hoe teder gekelkt,
hoe lieflijk ze blozen,
zijn spoedig verwelkt.
Ook jullie zijn als bloemen
zo broos en zo teer.
Waar zouden jullie in roemen?
O, roem in de Heer’!

De God van genade,
Die ‘t jonge bemint,
sloeg Samuël gade,
en riep hem als kind.
Die vroeg zijn gekomen,
verdwalen niet weer.
Waarom zouden jullie schromen?
Reeds wenkt jullie de Heer’!

Bij Jezus is zegen,
in blijdschap en smart,
Gods licht op jullie wegen,
Gods liefde in jullie hart.
Jullie sterven wordt zweven
naar heiliger sfeer.
Hoe zalig te leven
in ‘t rijk van de Heer’!

Robert Murray McCheyne (1813 – 1843)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *